





|
St. Willebrord het meest verstedelijkt | ||
|
St. Willebrord is de meest verstedelijkte kern van de gemeente Rucphen. Het telde per 1 januari 2003: 9.398 inwoners, onder wie een aantal bekende sportlieden zoals Wim van Est. Ook biljartmatador Dick Jaspers is in St. Willebrord geboren en getogen. Het dorp beschikt over uitstekende voorzieningen. Het merendeel van de winkels bevindt zich in de Dorpsstraat, die door de herinrichting van een aantal jaren geleden heel veel aan aantrekkelijkheid heeft gewonnen. Op vrijdag is het koopavond, in toenemende mate zijn ook donderdag 's avonds winkels open. En er zijn jaarlijks meerdere koopzondagen. Nabijgelegen plaatsen als Etten-Leur, Breda en Roosendaal zijn met de normale busdienst te bereiken. In het centrumgedeelte kreeg St. Willebrord er een belangrijke voorziening bij met de bouw van het karakteristieke verzorgingshuis De Vlegter en enige jaren later, verpleegafdeling De Kim. Het Opleidingscentrum West-Brabant, gevestigd in deze kern, verzorgt allerlei kortdurende beroepsopleidingen en bijscholingscursussen, zowel voor hoger als lager geschoolden. Ook heeft St. Willebrord twee r.k. basisscholen: Willibrordus en Maria Goretti. Er zijn een bibliotheek en twee peuterspeelzalen, namelijk ‘t Pinkeltje en ‘t Melktandje. De Stichting Sociaal Kultureel Werk St. Willebrord (SKW) coördineert een ruim aanbod van sociaal-culturele activiteiten op diverse locaties, zoals in buurthuiscentrum De Lanteern en in het jongerencentrum. Bezienswaardig in het dorp zijn o.a. de grote r.k. kerk van O.L. Vrouw. Deze kerk is een vrije nabootsing van de Rozenkranskerk in Lourdes. In het processiepark rond de kerk is ook de Lourdesgrot nagebouwd, die vooral in mei en oktober zeer druk wordt bezocht. Kerk, processiepark met beelden en de Lourdesgrot zijn tot beschermd rijksmonument verklaard. Jaarlijks terugkerende evenementen zijn de wielerronde, de kermis, braderie, internationale vogeltentoonstelling en schilderijenexpositie van de amateurschilders van St. Jozef.
|
|
|
|
|
|
|
|
De Geschiedenis van St. Willebrord | ||
|
Gegevens over de eerste bewoning van de plaats verwijzen naar het begin van 1600. De eerste vermelding van 'het Heideke of het Heike' is van 1636. De Sprundelse pastoor Christiaan Jacobus schrijft in 1636 in het 'boek der overledenen': op 4 juni overleed door de pest Joannes de Luijckenaer met zijn twee kinderen, die wegens het ontbreken van een begraver, zijn begraven in het Heike den Luijen Hoeck. In 1636 wordt het eerst melding gemaakt van de kern het Heike. Ruim honderd jaar later is het inwonertal op het Heike uitgegroeid tot 150 personen, namelijk 118 mensen wonend op Rucphens Heike en 30 personen wonend op Sprundels Heike. Van de 46 volwassenen die er in 1775 in het Rucphens Heike woonden, kwamen er 13 niet uit het dorp. Ze kwamen naar het dorp door een huwelijk met iemand uit het Heike en doordat drie gezinnen zich in het dorp vestigden. Het dorp is dan ook ontstaan doordat er naast personen die er van oudsher woonden, andere personen kwamen wonen uit omliggende of iets verder verwijderde plaatsen. Meestal had dit te maken met het sluiten van een huwelijk. De 46 volwassenen die in 1775 op het Rucphens Heike samenleefden, kenden veel onderlinge familierelaties en de gezamenlijke gedragen armoe bevorderde een groot samenhorigheidsgevoel. _____________________________________________________________________________________________________________________________________ Kinderrijke gezinnen Al waren de bestaansmogelijkheden in die tijd niet groot, men voelde zich vrij en opgenomen in een gemeenschap waar ieder even arm was en men in tegenstelling met de dorpen in de omgeving meer leefde naar de wetten van de natuur dan naar die van de economie. Het geboortebeperkend leefpatroon dat in de omliggende dorpen gold, namelijk dat men pas trouwde als men uitzicht had op een eigen zelfstandig bestaan, kende de Willebrorders niet. Er werd op jeudige leeftijd getrouwd en de gezinnen waren meestal zeer kinderrijk. Dit natuurlijk leefpatroon riep spanningen op als er gebrek ontstond aan de meest elementaire zaken zoals eten en kleding. Want de kleine Sprundelse en Rucphense heide was onvruchtbare grond. Daarom probeerden de mensen de kost te verdienen met mandenvlechten, heibezems binden, zand wassen, mos drogen, het opkopen van kalveren en vooral in de zomer met het werken op de kleilanden. _____________________________________________________________________________________________________________________________________ lijfstraffen Dit dit alles bracht niet altijd voldoende op en sommigen gingen door armoe gedreven in de omgeving bedelen of stelen. Met alle risico's van dien, want de straffen voor diefstal waren in die tijd niet gering. Lijfstraffen als brandmerking, geseling en aan de schandpaal staan waren toen voor het plegen van diefstal, vagebonderen en bedelen heel gewoon. In 1841 steeg het inwonersaantal tot ruim boven de 500, ruim voldoende voor de stichting van een eigen parochie. Een verzoek daartoe werd door de Sprundelse pastoor Franciscus Pals gedaan aan de vicaris in Breda. Op 17 april 1841 kreeg Pals de gevraagde medewerking en schonk koning Willem II een subsidie van f. 3.500,-- voor de bouw van een kerk en f. 600,-- als jaargeld voor de pastoor. In datzelfde jaar werd de kerk gebouwd.( De huidige grote zaal van buurthuis De Lanteern). Zij werd toegewijd aan St. Willibrord, de eerste Bisschop van Utrecht en de grote geloofsverkondiger in ons land. Het dorp veranderde zijn naam. In plaats van het Heike zou het voortaan St. Willebrord gaan heten. Aankoop grond Een jaar na de kerkstichting werd de 'Onderlinge Maatschappij tot verbetering van de toestand van de bewoners van St. Willebrord' opgericht. (De eerste aanzet van een actief werkgelegenheids- en welzijnsbeleid in de gemeente Rucphen). In 1844 kon de Maatschappij 24 hectare heidegrond van de gemeente Rucphen aankopen voor de prijs van f. 140,--. De heide werd door de gemeente verkocht om door en voor de inwoners te worden ontgonnen. Vanaf 1840 ontstond er in St. Willebrord een spectaculaire bevolkingsgroei. Was de groei in de jaren 1840-1900 al heel sterk, in de jaren 1900-1930 werd door de zeer hoge geboortecijfers de basis gelegd voor de uitzonderlijke groei in 1930-1980. Nimmer was de bevolkingstoename van St. Willebrord zo hoog als in de afgelopen 50 jaar. De jaren 1900-1930 zijn ook de jaren waarin het dorp een sterke economische groei meemaakte. Grote delen van de heidegrond die door de Maatschappij in 1844 van de gemeente waren aangekocht, waren intussen ontgonnen en door toepassing van kunstmest voor tuinbouw geschikt gemaakt. In 1913 werd de eerste tuinbouwvereniging opgericht die er onder meer voor zorgde dat de gekweekte producten naar de veiling in Breda werden gebracht. In 1925 bedroeg de opbrengst van frambozen, aardbeien, zwarte bessen, erwten en bonen, die uit St. Willebrord aan de veiling in Breda geleverd werden, f. 100.000,-- (naar huidige waarde zo'n 2 miljoen). Daarnaast vonden veel Willebrorders, zowel mannen als vrouwen, werk in de fabrieken in Breda en Roosendaal. _____________________________________________________________________________________________________________________________________ Uitzonderlijke geboortegroei Dagelijks reden verschillende groepen op de fiets op en neer naar Breda, naar de Etna, de Kwatta, de Hero, de Oude Jam en de Kunstzij of naar de KVW-sigarenfabriek in Roosendaal. Er kwam in die tijd veel geld binnen, maar er was ook veel geld nodig om iedereen te kleden en te voeden. De uitzonderlijke bevolkingsgroei veroorzaakte ook een schrijnend tekort aan goede woningen, met als gevolg het ontstaan van een groot aantal noodwoningen en keten. De Rozenkransstraat in St. Willebrord is de enige herinnering die er nog is aan de rozenkransfabriek die in 1909 werd gebouwd door Firma van Wees op grond die van de Maatschappij was gekocht. Deze Firma liet verschillende soorten rozenkransen maken. Rond 1925 hadden ongeveer 100 mensen uit St. Willebrord daarmee werk. Daarvan werkten er 30 in de fabriek, terwijl 70 personen thuis rozenkransen vervaardigden. Door de oorlog kwam hieraan een einde en in 1954 werd in het gebouw een sociale werkplaats gevestigd. Later in 1970 werd het gebouw afgebroken. Toen in de jaren dertig de crisis uitbrak, ging die St. Willebrord niet voorbij. Er ontstond grote werkloosheid. Er werd nog steeds op jeugdige leeftijd getrouwd en bij gebrek aan woningen of grond en geld voor het bouwen van een keet, trouwde men meestal in bij de ouders van de bruid. Daardoor woonden verschillende gezinnen in één woning, die amper groot genoeg was voor een gezin. Keur aan winkels In november 1946 waren er 170 huizen dubbel bewoond, 15 huizen met 3 gezinnen en in één huis woonden zelfs vier gezinnen. De zeer grote bevolkingsgroei in de afgelopen 50 jaar heeft St. Willebrord een totaal ander aanzien gegeven. Kende het dorp in het begin van de jaren '30 vele keten en krotten en was de bevolking voor tal van zaken aangewezen op de omgeving, na de oorlog (1945) is hier een totale ommekeer in gekomen.St. Willebrord heeft nu een keur aan winkels, groter en meer gevarieerd dan in de andere dorpen van de gemeente. _____________________________________________________________________________________________________________________________________ Tour de France Ondanks alle grote veranderingen bleven de inwoners van het dorp zich kenmerken door een groot gemeenschapsgevoel en ondernemingszin, zoals bijvoorbeeld bleek in 1978 toen met verenigde kracht werd bereikt dat het dorp etappeplaats werd in de Tour de France of in 1979 en volgende jaren toen het hele dorp zich inzette voor het herstel en behoud van de grote Willebrorduskerk door er grote sommen aan geld voor bijeen te brengen. Wielrennen heeft in het dorp altijd een grote plaats ingenomen. In de jaren twintig had St. Willebrord al een grasbaan en hier ligt dan ook het begin van de Willebrordse wielerhistorie. De baan kreeg nationale en internationale bekendheid. De eerste beroemde wielrenner uit St. Willebrord, Marijn Valentijn, was vaak op de baan te vinden. In 1933 werd Marijn onder andere derde tijdens het wereldkampioenschap fietsen op de weg. Na de oorlog verdween de grasbaan in St. Willebrord en hield men wielerwedstrijden in de straten van het dorp. In 1946 werd wielervereniging Willebrord Wil Vooruit (WWV) opgericht.
Naast het wielrennen blinken de Willebrorders ook uit in het beoefenen van de biljartsport. Christ van der Smissen en Dick Jaspers zijn kampioenen.
Midden in het dorp ligt het processiepark. Het groen wordt omsloten door een singel die tezamen met het park werd aangelegd door Pastoor Bastiaansen. In deze groene dorpskern staat de grote kerk die in 1925 werd gebouwd ter vervanging van de oude kerk aan de Dorpsstraat. Deze was door de sterke groei van de bevolking te klein geworden. De oude kerk dateerde uit 1841 en was een eenvoudige Waterstaatkerk met zes traveeën. De voorgevel was bekroond met een open lanteern en daarop een torenkruis en een haan. De Lanteern werd in 1858 vervangen door een kleine, achtkantige torenspits, waardoor het kerkgebouw zich meer als katholieke kerk zou voordoen. Dit 155 jaar oude gebouw werd in de loop der tijd herhaaldelijk verbouwd en bestaat nog steeds. Voorzien van een nieuwe gevel waarin de structuur van de oude gevel nog te herkennen valt, wordt het gebouw tegenwoordig gebruikt als buurthuis met de toepasselijke naam De Lanteern.
|

